Waarom zeggen we poepie en scheetje tegen onze partner? [column]

Waarom maken we onze vriend(in) graag uit voor een poepie of een scheetje? Waarom is dit verbaal acceptabel, maar sociaal intolerabel gedrag? We zeggen toch ook niet: ‘Hé, lekkere ruft van me’. Of: ‘Dag, heerlijk hoopje diarree’. En als je een dikke scheet laat in gezelschap dan kijkt ook niemand je vertederd aan met de gedachte: oh, wat lief dat je dat doet.

Hoe hebben poepie en scheetje zich op kunnen werken tot de categorie vertederend troetelnaampje en mogen ze sindsdien gezelschap houden met moppie en snoes? Terwijl een ruft en een bout in een donker steegje met ongure scheldwoorden en onzedelijke begrippen vieze moppen zitten te tappen.

Waarom poepie wel, en bout niet? En waarom scheetje wel, maar ruftje niet?

Het geluid van een scheetje

Nu kan ik mij voorstellen dat een poepie en een scheetje misschien minder gas bijgeven dan een vette ruft of dikke flatus. En misschien zit hem hierin het grote verschil. Of zou het verschil schuilen in het geluid bij het loslaten van ongewenst darmgas? Is een scheetje niet in staat tot een retteketet reet scheet en een puffende ruft? Kan een poepie zich niet waarmaken tegenover zijn grote broer de beren bolus?

2poep s.nw. (plat)
Geluid wat gepaardgaan met die ontsnap van gasse deur die anus.
Uit Ndl. poep (1858).

Net zoals een hik een hik nabootst, drukt poep een poep uit. Oftewel, het woord poep is een klanknabootsing. Met een duur woord heet dit een onomatopee, denk maar eens aan het woord niezen: hatsjie! Er zit dus iets in het geluid van een scheetje.

Nu moet ik toegeven: bij een scheetje denk ik niet gelijk aan een knetterend sproeifestijn, maar meer aan een fnuikend foefje. Zo’n genieperd die niemand hoort waardoor iedereen elkaar verdwaasd aan zit te staren met een blik van ‘ik was het niet hoor’. Maar dan rest nog steeds de vraag: hoe is een fnuikend poepje liefkozend geworden? Hoe heeft hij dat voor elkaar gekregen? Wie is er ooit begonnen met zijn partner voor een scheetje uit te maken?

En windje dan?

Ja, precies, en windje dan? Waarom is windje uitgesloten van het feestje? Ik zou toch denken dat een windje zich wel mag vergelijken met een poepie en een scheetje. Toch mag hij niet meedoen. Je zegt nooit: ‘Hoi, lekker windje van me, wat heb ik zin in jou vanavond zeg.’ Waarschijnlijk krijg je dan een heel vies gezicht terug.

Maar of je nou een scheetje laat, een poepie of een windje; bij mijn weten zit er weinig verschil tussen. Toch heeft nog niemand een vertederend windje gelaten en blijkbaar wel een liefkozend poepje. Ik zou het bijna discriminatie willen noemen, ware het niet dat ik het fijne er niet van weet.

In een poep en een scheet

Het was voorbij in een poep en een scheet. Nu als een poep floept dan is het zo gepiept, weg is hij. En hetzelfde geldt natuurlijk voor zijn broer de scheet. En hoe waar en treffend deze uitdrukking ook is, het geeft wel aan dat de poep en de scheet hand in hand gaan. En dan bedoel ik niet dat ze hand in hand je anus verlaten.

Wat ik wil zeggen is, dat de twee woorden / begrippen vaak samen voorkomen. Wat misschien ook de verklaring geeft waarom ‘windje’ het derde wiel aan de wagen is gebleken. Hij mocht inderdaad niet meedoen.

De oorsprong van het scheetje

Nu moet ik eerlijksheidshalve zeggen dat een scheet deels bestaat uit ingeslikte lucht. Dit maakt dat de oorsprong van wat buikwind zich gewoon in de lucht om je heen bevindt. En het is misschien een onsmakelijk wetenschappelijk weetje, maar in de lucht die je uitademt zitten deels dezelfde gassen als in je scheetje.

Toch brengt ons dit nog steeds niets dichter bij het antwoord op de vraag waarom we onze partner liefkozen met een verbaal poepje. Dus heb ik de woorden poepie en scheetje maar eens onder de etymologische hamer gelegd, en hier vielen de klappen:

Het dimin. niet verwarren met schee-tje = 1. schelp, 2. meisje.

De naam gaat waarschijnlijk terug op een oudere betekenis van poepje, namelijk ‘kleinigheid, gering aantal’.

Het Gentse scheetje voor schatje, is een verbastering van het Duitse Schätzchen.

Een scheetje is niks

De Gentenaren brengen het er goed vanaf en kunnen de Duitse taal als excuus aanvoeren. Voor ons Nederlanders ligt het toch ietsje ingewikkelder. Wij zijn genoodzaakt het poepie en het scheetje te zien in de betekenis van kleinigheid.

‘Hé, lekkere kleinigheid van me, kom eens hier.’

Net als een scheetje klinkt dit mij weinig flateus in de oren. Ik hoor hier zelfs een kleinerende toon. Misschien ligt het aan mij, maar als mijn partner mij voor een kleinigheid uit zou maken; dan zou ik hem waarschijnlijk net zo smerig aankijken als wanneer hij inderdaad een echte scheet liet.

Dus ook de oorsprong van de twee woorden brengen mij niets dichter bij het antwoord op de vraag: waarom zeggen we poepie en scheetje tegen onze partner? Waarom is dit verbaal acceptabel, maar sociaal intolerabel gedrag?

Nu wie weet hoe een poep een poepie werd, mag het zeggen. Ik ben het spoor bijster.

Wil je gratis taalweetjes en copywriting tips in je mailbox ontvangen? Schrijf je dan in voor mijn sunny emails en word een betere schrijver onder je parasol ⛱

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *